Pijnlijk afscheid

Wereldkaart

Het lijkt tegenstrijdig, een stevig college dogmatiek enerzijds en daarbij een geraakt hart. Maar deze twee passen bij elkaar, weet ik sinds ik de man heb leren kennen die ooit mijn leermeester in de dogmatiek was, Barend Kamphuis. Gisteren nam hij afscheid als hoogleraar in Kampen. In een statige kerk, gevuld met voornamelijk theologen, een orgel en een echte cantorij.

Wat mij raakte was dat hier een man stond die vrij durfde te spreken over de grootste geheimen van ons leven op aarde maar er ook duidelijk over was dat hij, hoe meer kennis werd verzameld, moet erkennen dat hij er steeds minder van begrijpt. Hier stond een nederige professor, maar niet met zijn handen in het haar.

Het zegt mij veel over hoe theologie is. En waar zowel de pijn als het verlangen in dit vak zit.

Er is dat sterke verlangen om iets te willen weten over of vinden van God. Een verlangen dat van alle mensen is (ik ben nog nooit iemand tegen gekomen die hier geen verschijnselen van vertoonde). En sommige Godzoekers leren daarvoor door, totdat je dus professor wordt. Een hele gemeenschap brengt daarvoor geld op om deze kennis te verzamelen en erover te spreken en te schrijven. Wat een verlangen moet daar onder zitten. En dan, aan het eind van je carrière zeg je: ‘Ik weet nu nog minder dan toen ik eraan begon’. Pijnlijk. Waarom doe je dat?

Gisteren werd het me in deze man weer helder: theologie is – als je het eerlijk doet – de beste cursus in nederigheid die je maar kunt vinden. En daarmee wellicht ook het mooiste vak dat er is.

Het was dus niet vreemd dat in dit stevige college veel woorden voorkwamen als ‘het grote mysterie van het geloof’, ‘verborgenheid’, ‘onttrokken aan onze waarneming’ en – ook zo mooi – ‘wie zich de beperktheid van christologische formuleringen bewust is, leert de verschillen relativeren’.

En tegelijk geeft theologie op deze manier al tastend antwoorden bij de drama’s en de vragen van mensen. Is er blijdschap en verdriet.

‘Theologie maakt een mens bescheiden. Zowel tegenover het geheim van God als dat van de mens. Je bent voortdurend bezig te stamelen aan de rand van je begrip’, aldus deze leermeester. En hij gaf het beeld mee van theologisch spreken als het maken van een kaart die probeert de aarde af te beelden, met alle vertekeningen die daar bij horen; in ons spreken offeren we een deel van de waarheid op. En dat doet pijn.

En dan val ik even stil, me realiserend hoe hier iemand bescheiden afscheid nam.

Holokleria

holo

Ik stuitte vandaag op een woord dat in het Grieks maar een keer voorkomt in het hele tweede deel van de Bijbel, het Nieuwe Testament. Het is zo’n mooi woord en het staat ook op een bijzondere plaats. Alleen – als je het in onze letters opschrijft en uitspreekt lijkt het wel iets heel lelijks. Het is het woord ὁλοκληρία, zeg maar ‘holokleria’. Vreselijk toch? Daartegenover staat dat het juist iets uitzonderlijk moois betekent, namelijk niets minder dan ‘compleet gezond’.

Het is weer zo’n compact woordje waarin de hele boodschap van de Bijbel zit; waar het allemaal om te doen is. Al die verhalen, de woorden, de mensen, de boeken – het draait om dat waar we als mensen zo naar verlangen: in alles gezond zijn. Met elkaar, in werk, op school, ons milieu, ons lijf.

De paradox van leven is dat we verlangen naar iets dat er maar steeds niet is. Kijk naar het journaal, lees de overlijdensberichten, kijk naar wat mensen doen en wat ze meemaken, inclusief wijzelf. Luister naar het verhaal van wie niet meer beter wordt. Holokleria…

In Handelingen 3 staat het verhaal van een man die door een speciale kracht ὁλοκληρία – helemaal beter – wordt. Het is enkele weken nadat Jezus van Nazaret is opgestaan uit de dood en door middel van zijn leerlingen iemand beter maakt.

Het zijn deze verhalen die christenen blijven vertellen, ondanks dat het soms moeilijk vol te houden is dat ze echt gebeurd zijn. Na de dood en de opstanding van Jezus is de wereld veranderd en maakt somberheid over de toekomst plaats voor optimisme, blijheid, verbetering. Terwijl er in de wereld, onze wereld, onnoemlijk veel leed is en je vaak liever je ogen en oren zou willen sluiten of weglopen, is er voorzichtig die nieuwe focus op verbetering, het goede leven, holokleria. Daarmee voortbordurend op het grote verhaal van de Bijbel waarin de God van Abraham, Izaäk en Jakob al heel vroeg heeft beloofd dat de schepping weer gezond gemaakt zal worden.

De gebeurtenissen rond Jezus waren volgens de eerste christenen een kantelpunt in de geschiedenis van goed en kwaad. Elke goede bijdrage, elk positief gebaar mag van nu af gezien worden als een teken dat hij leeft. Er gebeuren bijzonder mooie dingen. Het is misschien wel de moeite waard om vooral goed om ons heen te kijken en ons te laten inspireren door wat mensen – inclusief jijzelf – doen om het hier beter te maken. Goede kans dat hij daar aan het werk is. En dat gaat door tot alles holokleria is.

 

Tante Janny

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Bijzonder bezoek vandaag: tante Janny uit Canada. Zij is na het overlijden van haar man Hidde in januari dit jaar nu de oudste van de Feenstra’s, het gezin van mijn moeder. Drie van hun zes kinderen verloor ze al eerder, door ziekte en door een bedrijfsongeval.

In niets is deze lady van 83 veranderd. Met een stralende lach komt ze ons huis in Kampen binnen en verovert meteen de harten van ons allemaal. Vol aandacht voor onze verhalen en voor de bloemen in de tuin.

Nooit eerder sprak ik haar over de oorlog, wel wist ik dat deze op een of andere manier grote impact had gehad op haar leven. Vandaag vertelde ze haar verhaal. Als Rotterdams meisje van 11 maakte ze het tweede grote bombardement in Rotterdam mee. Bedoeld voor schepen in de haven vielen de Amerikaanse bommen op woonwijken in Rotterdam West. Ook het huis van haar gezin, vlakbij de Schiedamseweg, raakte totaal verwoest. Zijzelf was op dat moment op school, in chaos door de enorme luchtdruk die de bommen veroorzaakten. In de verwarring ontfermde een wildvreemde man zich over haar, “Wij hebben geen kinderen, wij zullen wel voor je zorgen”, en ze onderging het gelaten. “Kennelijk” zegt ze nu, “werkt het zo, dat je je snel aan de omstandigheden aanpast en het meteen zo verwerkt.”

Als door een wonder heeft het hele gezin het bombardement overleefd en vonden ze elkaar weken later weer terug. Maar er was definitief een gat geslagen, verschillende bekenden waren omgekomen en zowel het huis als de groentewinkel van haar vader waren verwoest.

Na de oorlog vertrok ze met het gezin vanuit de Rotterdamse haven naar het Canadese vasteland. Om als pioniers vanuit vrijwel niets weer een bestaan op te bouwen. Mijn oom Hidde (Harry) die haar man zou worden ging enkele jaren later achter haar aan. Hun huwelijk duurde 62 jaar lang. Alles maakten ze samen mee, tot voor kort nog – in november 2014 – het tragische ongeval waardoor hun zoon en onze neef Rick bij een bedrijfsongeval werd verpletterd. Totdat in januari 2015 een prop in een vitale ader van Harry Feenstra oorzaak werd van zijn overlijden.

Aan het eind van de middag stapt ze weer vrolijk lachend in de kleine snikhete auto van mijn ouders. “Nou, je raakt hier niet onderkoeld!” roept ze lachend.

En wij, we praten – onder de indruk – nog lang na over het bezoek van deze sterke, markante familieoudste en haar relaas van vreugde en verdriet.

Altijd druk

Stilte

Ik las vandaag in ‘Open uw hart’ van Henri Nouwen: “Het druk hebben, activiteiten ontplooien, in beweging zijn, het is bijna deel van onze aard geworden. Als we zomaar ergens op een stoel moeten zitten, zonder krant, radio, televisie, bezoek of telefoon, worden we meestal zo rusteloos en gespannen dat we alles aangrijpen wat ons weer kan afleiden.

Stilte is moeilijk te dragen, veel mensen die snakken naar stilte, rust en vrede, zouden merken dat zij de stilte van een klooster nauwelijks kunnen verdragen. Als alle beweging om hen heen verstilt, niemand hun iets vraagt of hun raad inwint of zelfs maar een helpende hand wil bieden, als er geen muziek en krant is, merken veel mensen dat ze innerlijk zo rusteloos zijn dat ze elke gelegenheid te baat nemen om zich weer ingeschakeld te weten. Daarom zijn de eerste weken of zelfs maanden in een contemplatief klooster niet altijd zo rustgevend als men zou verwachten en hoeft het ook geen verbazing te wekken dat de mensen hun vakanties vaker op overvolle stranden, campings en in amusementsparken doorbrengen dan in de stilte van een klooster.”

Het is het kenmerk van deze tijd. Hoe moeilijk is het om stilte en leegte te verduren. En toch is stilte zo natuurlijk en nodig. Bron van liefde, bron van creativiteit. Zonder stilte denderen we maar door in dezelfde dolle trein en gaan we steeds meer op elkaar lijken.

Leiderschap

henry-nouwen

Tranen in mijn ogen had ik vanmorgen toen ik het slot las van ‘In de naam van Jezus’, een boek over leiderschap en de toekomst van het pastoraat dat geschreven is door Henri Nouwen.

Hij schrijft in dit boek over drie verleidingen van de leider: het verlangen belangrijk te zijn, het verlangen populair te zijn en het verlangen naar macht.
Terwijl Nouwen lange tijd dacht dat deze ingrediënten wezenlijk zijn voor een effectief leiderschap, werd het hem steeds meer duidelijk dat daarmee geen sprake is van een roeping maar van een verzoeking. Kortom, dat leiderschap dan averechts werkt.
Tegenover de drie verleidingen stelt Nouwen respectievelijk een leven met gebed, echt contact en een open houding om te kunnen zien hoe God ons leidt.
Hij schetst het beeld van de biddende, de kwetsbare en vertrouwende leider. Het is niets nieuws, maar deze oudste, meest traditionele opvatting van leiderschap heeft sterke papieren voor de toekomst.

En dan komt het slot, een nawoord…  over de reis rond het ontstaan van het boek.

Nouwen hield – voordat het een boek werd – zijn lezing over leiderschap toen hij werkte onder de mensen van L’Arche, een gemeenschap van mensen met een geestelijke handicap. Hij reisde voor de lezing helemaal van Toronto naar Washington. Bill, een bewoner van L’Arche, was zijn speciale reisgenoot. Ze trokken als twee broers samen op.

Tijdens de lezing in het luxueuze Clarendon hotel staat Bill achter hem op het podium en onderbreekt hem regelmatig om zelf iets te zeggen. Nouwen geeft liefdevol die ruimte en ziet daardoor de sfeer in de balzaal losser, gemakkelijker en speelser worden. Ze doen het echt samen.

Op de retourvlucht naar Toronto keek Bill op van het puzzelboekje dat hij meeneemt waarheen hij maar gaat en zei: ‘Henri vond je het een fijne reis?’ ‘O ja,’ was mijn antwoord, ‘het was een heerlijke reis en ik ben zo blij dat je meegegaan bent.’ Bill keek me oplettend aan en zei toen, ‘En we hebben het samen gedaan, niet?’ Toen besefte ik ten volle de waarheid van de woorden van Jezus: ‘Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam daar ben Ik in hun midden.’ (Mat. 18:20)

Nav Henri Nouwen, ‘In de naam van Jezus’ (Lannoo, 1989)

Ik zegen jou

rembrandthanden

Ik voel mij bevoorrecht in een land te wonen waar ik op Hemelvaartsdag in alle rust en vrijheid een kerkdienst kan bijwonen. Na zoveel jaren weggeweest te zijn uit een kerk, merk ik hoezeer dingen zijn veranderd en hoe ikzelf ook ben veranderd. Tegelijk is dat eeuwenoude verhaal hetzelfde gebleven. Ik kan zo genieten van hedendaagse verhalenvertellers die oude woorden weer springlevend weten te maken.
Neem nou deze vrije Hemelvaartsdag die begint met een bezoek aan de Plantagekerk in Zwolle. We vieren dat Jezus naar een andere dimensie ‘verdween’ en daarmee tegelijk altijd aanwezig is.
Aan dit wonderlijke verhaal in Lucas 24 gaat nog iets vooraf. De man doet eerst zijn handen, die nog niet helemaal genezen kunnen zijn, in de lucht en zegent leerlingen.
Zegenen, met de vingers wijd open gespreid of in een W-vorm, het is een krachtige uiting die voor iedereen voorhanden is en waarmee we iemand het goede, vrede, wensen. Of die hand nu de lucht in gaat of even op iemand rust en contact maakt.
Het grote verhaal van de Bijbel, samengevat in een gebaar. Ontspannen vuisten, zegenende handen. Ik kijk even naar mijn eigen handen, zie geen wonden, maar voel de kracht.

Bron: Jos Douma – Preekkracht

Stil ‘gebed’

Stil 'gebed'

In verband met de boekenbeurs ben ik deze week in Londen. En dineer helemaal alleen in een pizzeria aan Holland Avenue. Het is heerlijk om na de drukte van deze dag even met een boekje in een hoekje te genieten van de rust.

Aan de overzijde van het restaurant kiest een jong stelletje een afgelegen tafeltje tegen de zijmuur. Niet tegenover elkaar, maar naast elkaar en ik kijk ze recht in hun gezicht. Mijn pizza rusticara wordt bezorgd en is verrukkelijk. De twee praten, zitten aan elkaar en stralen. Dan richten ze hun blik rustig naar beneden, geconcentreerd en stil. Als een dagelijks ritueel.

Ik bid zelden voor mijn eten, laat staan dat ik daaraan zou beginnen in een restaurant. Maar ik herinner me het goed van vroeger. Vooral die momenten waarop we met hele groepen in de Leidse Mensa samen stil werden. Voor mij veel te opvallend, maar je doet eraan mee. Maar dat je toch midden in Londen zo’n tafereel ziet… Dat vind ik bijzonder – en ik blijf maar kijken.

Dan kijken ze weer op. En ik zie waar het gebed op was gericht… Twee smartphones komen boven tafel en het gesprek gaat weer verder. Tja, dat is wel een onverwachte perspectiefwisseling. En ik realiseer me weer hoe makkelijk de werkelijkheid zich voegt in je eigen frame.

Zwerver…

1430845-50718908fee5aad43c387fb0c3cb8725

Zwerver, jouw voetstappen zijn

de weg, verder niets;

Zwerver, er is geen weg,

de weg ontstaat door lopen.

Door te lopen baant men de weg,

en achterom kijkend

ziet men het pad …

Antonio Machado

Antwoord op geweld

koffie

Overal zag je de berichten naar aanleiding van wat er in Frankrijk is gebeurd. Op Facebook al die woorden en beelden… het ging maar door. En begrijpelijk, want het is verschrikkelijk. In stilte zie ik hoe het ons raakt, dat we zo naar antwoorden en reacties zoeken.

Toen trof me het verhaal van vijf mensen dat voelt als een ogenschijnlijk klein, maar waardig antwoord op zoveel geweld.

Op deze donkere donderdagavond ging ik met collega-student Sytse in een Zwolse kelder samen met ongeveer 40 vrolijke mensen aan tafel. Op het menu stond chili con carne met frisse salade en als toetje vla.
Aan de buitenkant leken het arme mensen, zonder thuis. Een sub-cultuurtje van vreemd geklede, ongeschoren, slecht verzorgde typetjes. Maar wel opvallend gezellig en spraakzaam. Kennelijk was dit hun steeds terugkerende moment van lekker eten met een plezierig onderling contact.

En toen begon de werkelijkheid tot mij door te dringen… De eerste die ik sprak bleek zijn depressies te boven te zijn gekomen door het lezen van ‘De kracht van het nu’ van Eckhart Tolle en voelde zich met niets gelukkig. Zijn verhaal over het verlies van familie en werk was aangrijpend. De volgende had zelf een boek geschreven en ook gepubliceerd… de derde en de vierde gast vroegen ons om hen te helpen bij het lezen van een Bijbelgedeelte. Maar eigenlijk vertelden zij gewoon hun eigen eerlijke verhaal aan de hand van een oude psalm. Met die prangende vraag: als God goed is, waarom laat hij dit toe…?

En dan was er nog iemand die na het eten opstond, een stukje las en vroeg om een minuut stilte voor al het geweld in de wereld. Hij vertelde hoe hij die dag zijn islamitische medeburger had zien huilen om wat er was gebeurd.

Vijf vrijwilligers, die – samen met de mensen die het eten hadden gekookt – gewoon de handen uit de mouwen staken om de avond mogelijk te maken. Elke donderdag weer, onder in de Plantagekerk in Zwolle. Voor mij een overtuigend antwoord op het geweld: met liefde 40 mensen eten geven.

Stilstaan bij verdriet

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zowel in Hasselt als in Kampen werd tijdens de kerkdienst op oudejaarsavond een moment stilgestaan bij de mensen die het afgelopen jaar zijn overleden. Een indrukwekkend gebruik, waarbij je aan alles merkt dat het dan opeens heel stil wordt. Het voelt zo goed om dit te doen, voor iedereen, maar vooral ook voor de mannen, vrouwen, kinderen die dichtbij deze mensen stonden en hen nu zo missen.

In Kampen stond ik tijdens dit moment van stilte vlakbij een oudere man. Hij was alleen in de kerk en tussen hem en mij was een lege stoel. Terwijl we allemaal stonden, werden een voor een de namen genoemd.

Er volgde een veelzeggende stilte, afgewisseld door de heftige knallen van het vuurwerk waar Kampen om bekend staat. Het orgel zette daarna langzaam en rustig in om het laatste couplet van de geloofsbelijdenis te begeleiden. De oude man bewoog, zocht iets… even later hoorde ik zijn gesnik, zachtjes maar duidelijk genoeg zodat ik het wist: hier staat een groot verdriet. Ik kon niet anders en schuifelde naar hem toe, legde mijn arm om zijn broze schouders en zong. Bijna aan het einde van het couplet gekomen, keek hij op en knikte me vriendelijk toe. Ik wist: het is genoeg zo. Na het lied zaten we dichter bij elkaar en luisterden samen naar het eindejaarsgebed.

Bij de collecte-pauze die volgde, vroeg ik het hem: ‘bent u dit jaar iemand verloren?’ Hij knikte en zei zacht: ‘Ja, mijn vrouw. Ze is enkele maanden geleden gestorven.’ Hij vertelde nog meer; dat ze aan slokdarmkanker was overleden, nadat hij haar een jaar lang had verzorgd. Ik zei het dapper te vinden dat hij er nu was. Het had hem ook wel wat moed gekost om te komen.

Toen hij zijn naam noemde, herkende ik die uit de lijst die was voorgelezen. Ik stelde me voor en vertelde hem dat ik hier af en toe kwam na zoveel jaren niet meer in de kerk te zijn geweest. Daarna gaf hij zijn adres – bij ons om de hoek – en zei: ‘je bent welkom.’