Altijd druk

Stilte

Ik las vandaag in ‘Open uw hart’ van Henri Nouwen: “Het druk hebben, activiteiten ontplooien, in beweging zijn, het is bijna deel van onze aard geworden. Als we zomaar ergens op een stoel moeten zitten, zonder krant, radio, televisie, bezoek of telefoon, worden we meestal zo rusteloos en gespannen dat we alles aangrijpen wat ons weer kan afleiden.

Stilte is moeilijk te dragen, veel mensen die snakken naar stilte, rust en vrede, zouden merken dat zij de stilte van een klooster nauwelijks kunnen verdragen. Als alle beweging om hen heen verstilt, niemand hun iets vraagt of hun raad inwint of zelfs maar een helpende hand wil bieden, als er geen muziek en krant is, merken veel mensen dat ze innerlijk zo rusteloos zijn dat ze elke gelegenheid te baat nemen om zich weer ingeschakeld te weten. Daarom zijn de eerste weken of zelfs maanden in een contemplatief klooster niet altijd zo rustgevend als men zou verwachten en hoeft het ook geen verbazing te wekken dat de mensen hun vakanties vaker op overvolle stranden, campings en in amusementsparken doorbrengen dan in de stilte van een klooster.”

Het is het kenmerk van deze tijd. Hoe moeilijk is het om stilte en leegte te verduren. En toch is stilte zo natuurlijk en nodig. Bron van liefde, bron van creativiteit. Zonder stilte denderen we maar door in dezelfde dolle trein en gaan we steeds meer op elkaar lijken.

Leiderschap

henry-nouwen

Tranen in mijn ogen had ik vanmorgen toen ik het slot las van ‘In de naam van Jezus’, een boek over leiderschap en de toekomst van het pastoraat dat geschreven is door Henri Nouwen.

Hij schrijft in dit boek over drie verleidingen van de leider: het verlangen belangrijk te zijn, het verlangen populair te zijn en het verlangen naar macht.
Terwijl Nouwen lange tijd dacht dat deze ingrediënten wezenlijk zijn voor een effectief leiderschap, werd het hem steeds meer duidelijk dat daarmee geen sprake is van een roeping maar van een verzoeking. Kortom, dat leiderschap dan averechts werkt.
Tegenover de drie verleidingen stelt Nouwen respectievelijk een leven met gebed, echt contact en een open houding om te kunnen zien hoe God ons leidt.
Hij schetst het beeld van de biddende, de kwetsbare en vertrouwende leider. Het is niets nieuws, maar deze oudste, meest traditionele opvatting van leiderschap heeft sterke papieren voor de toekomst.

En dan komt het slot, een nawoord…  over de reis rond het ontstaan van het boek.

Nouwen hield – voordat het een boek werd – zijn lezing over leiderschap toen hij werkte onder de mensen van L’Arche, een gemeenschap van mensen met een geestelijke handicap. Hij reisde voor de lezing helemaal van Toronto naar Washington. Bill, een bewoner van L’Arche, was zijn speciale reisgenoot. Ze trokken als twee broers samen op.

Tijdens de lezing in het luxueuze Clarendon hotel staat Bill achter hem op het podium en onderbreekt hem regelmatig om zelf iets te zeggen. Nouwen geeft liefdevol die ruimte en ziet daardoor de sfeer in de balzaal losser, gemakkelijker en speelser worden. Ze doen het echt samen.

Op de retourvlucht naar Toronto keek Bill op van het puzzelboekje dat hij meeneemt waarheen hij maar gaat en zei: ‘Henri vond je het een fijne reis?’ ‘O ja,’ was mijn antwoord, ‘het was een heerlijke reis en ik ben zo blij dat je meegegaan bent.’ Bill keek me oplettend aan en zei toen, ‘En we hebben het samen gedaan, niet?’ Toen besefte ik ten volle de waarheid van de woorden van Jezus: ‘Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam daar ben Ik in hun midden.’ (Mat. 18:20)

Nav Henri Nouwen, ‘In de naam van Jezus’ (Lannoo, 1989)